Volg ons op Facebook (link)




Het project Poëzie Op Pootjes 2014/2015 is inmiddels afgesloten. Er kunnen geen gedichten meer worden ingestuurd.







POËZIE OP POOTJES IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR:


HAAGSE TANGO - Jan de Winter


Zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik bijna thuis
Den Haag of liever ‘s-Gravenhage
Kan lang niet iedereen behagen
Maar een echte Hagenees voelt zich verweesd
Zodra de contouren van zijn stad vervagen

Maar zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik bijna thuis.
Rijd ik naar verre oorden
waarvan de folders mij bekoorden
Maar lang in den vreemde
Voel ik mij ontheemd
Den Haag zij trekt met vaste koorden
Den Haag

In mijn stad
Zo overvol met al die kantoren
Raakt de mens al meteen verloren
Maar in mijn Schilderswijk
Bruist in de praktijk
Het leven als nooit tevoren
Daar raak ik niet zo gauw verloren
Den Haag je kan  mij nog altijd, voor nu, voor straks, bekoren

Dus, zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik bijna thuis
Achter de duinen
Op het zand
Gaan wonen en rijkdom hand in hand, maar kom je van het veen
Dan sta je niet alleen,
Haags vormt daar een band

Toch: zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik bijna thuis
Haagse torens van ivoor, koel
Ver weg van aards gewoel
Slechts van belang voor politiek
Met z’n gecirkelde hectiek
Doch weinig menselijk gevoel
Menselijk gevoel

In mijn stad
Zo overvol met al die kantoren
Raakt de mens al meteen verloren
Maar in mijn Schilderswijk
Bruist in de praktijk
Het leven als nooit tevoren
Daar raak ik niet zo gauw verloren
Den Haag je kan  mij nog altijd, voor nu, voor straks, bekoren

Dus zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik bijna thuis
Zelfs niet Parijs, die mooie stad had
Nooit als hart een ijspaleis
Vol met van die ijskonijnen
Maar als die ‘s avonds huiswaarts treinen
denkt de Hagenees:dat was dat

Ja, zie ik de Skyline van Den Haag weer
Dan ben ik eind’lijk thuis
Den Haag of liever ‘s-Gravenhage
Je kunt niet iedereen behagen
Maar een echte Hagenees is toch verweesd
Als de contouren van zijn stad vervagen

In mijn stad
Zo overvol met al die kantoren
Raakt de mens al meteen verloren
Maar in mijn Schilderswijk
Bruist in de praktijk
Het leven als nooit tevoren
Daar raak ik niet zo gauw verloren
Den Haag je kan  mij nog altijd, voor nu, voor straks, bekoren

Dan ben ik eind’lijk thuis!